Onverflout - onthulling uitkijkpunt op de Linie 1629 - Keerdijk Den Dungen gem. Sint-Michielsgestel - 2 maart 2018
fotoselectie volgt
Op deze plaats (waar nu het runderbedrijf van Sleutjes is, van de Hertogboeren) was in 1629 het kampement van Brederode gevestigd met zo´n 3000 man. Na de inname van Den Bosch werd Brederode gouverneur van de stad voor de Staatsen.
Onverflout (onverflauwd) betekent niet zwakker wordend, niet verminderend. Het woord zou uit een tekst van Vondel komen maar de precieze bron kon niet meer genoemd worden.
De Keerdijk begint in Sint-Michielsgestel, waar nu het openluchttheatertje La Damoiselle staat, en loopt, met een tunneltje onder de N617, door tot in Den Dungen bij het kapelletje op de Bosscheweg waar een monument voor Brederode en zijn paard staat op het fort Brederode (eigenlijk fort Den Dungen). De dijk maakte deel uit van de contravallatielinie die Fred. Hendrik rond Den Bosch had laten aanleggen met 2 dijken en 2 afwateringskanalen om de Bossche Broek en wijde omgeving droog te kunnen laten malen. In september 1629 kon hij daardoor, na een beleg van vier maanden, de stad, en daarmee de hele Meierij innemen.
Het uitkijkpunt is ontstaan door een samenwerking van architect Laura Weeber en kunstenares Milou van Ham die de teksten in de wanden maakte mbv een plasma-laser. Zangeres Cora Schmeiser zong deze teksten, zichzelf begeleidend op diverse instrumenten, en het werk Quis dabit?, gebaseerd op teksten uit Jeremia.
In de vier wanden staan van buitenaf leesbaar de woorden Vyandt, Ghewelt, Kloeck, en aan de ´Bossche kant´ Onverflout.
Aan de binnenkant zijn tekstfragmenten uit het Bossche Geuzenliedboek te lezen, in het 17-eeuws van die tijd.**
Wethouder Koos Loose van Sint-Michielsgestel opende het uitzichtspunt in aanwezigheid van de wethouders van Vught en Heusden. Wethouder Huib van Olden (Monumenten) van Den Bosch was verhinderd.
Het aanbrengen van een doek voor de onthulling werd ernstig bemoeilijkt door de koude, harde wind. Bij het doorknippen van de touwen bij de onthulling bleef een van de touwen en het doek hangen aan het dak van het kunstwerk.
Koos Loose las in zijn openingstoepsraak ook een fragment uit: Klaegh-lied. Van de Papisten, over 't verlies van 's Hertogen-bosch.
Op de stemme. [melodie] Ick ben lichter als de Pluymen
Uit: het Nieu Bossche Geusen-lied-boeck (1663) **
zie ook Fietsen langs de Linie (de route is helemaal met bordjes aangegeven - de Fietsgids is gepresenteerd in december 2018)
zie evt ook de beeldverhalen van De Groene Vesting
info deGroeneVesting
©2018 Gerard Monté
* De tekstfragmenten aan de binnenkant:
1 Men woelt ons stricken om het hooft, En worden half gehangen • Alsoo dat men veel dooden, Sagh liggen van dien slagh
2 Sy woeden en sy raesden, Plunderen seer hier en daer • Dat de stucken daer vlogen af Het sant dat stoof gelijck het kaf
3 Ick heb noch 27. hondert duysent man, Die wil ick voor u waghen • Haer kaf sal ick doen swerven Verdrijven met ghewelt
4 Ons Dochters worden heel geschent En wy geschat, geschoren • t Schieten duerden tot den dagh Doen verloren sy den slagh
5 Ghy doet ons trillen en beven • En sloegense op de huyt, Daer blever wel vier hondert doot De reste met angst en schande vloot
6 Al haer Krancken, ‘t is groote schant Die den trop niet kosten volgen Sijn meest al jammerlijck verbrant
7 Veel sijnder doot ghebleven, Door ‘t schieten ende slaen • Aenschout ons over-groot ellent, Ons Soonen gaen verloren
8 Menigh die niet kost worden reet, Van angst en vrees hem vuyl bescheet • Wy hebben Haer lustigh na ghejaeght
9 Kogels en Hant-granaten • Doe d’eerste granaet, quam op de straet Bleven daer bloot Een Kapiteyn met twee Papen doot
10 dit hels gespuys Soo wreedt en qualijck hielden huys Dat het niet wel is te beschrijven • Och! waren wy noyt gebooren
11 Al de wreede Soldaten Met Heydense Krabaten • Victory • Sijn nieren, hert, en ingewant, Verout sijn gantsche wesen
**
Klaegh-lied. Van de Papisten, over 't verlies van 's Hertogen-bosch. .
Op de stemme. Ick ben lichter als de Pluymen,
Uit: het Nieu Bossche Geusen-lied- boeck (1663)
Wat sullen wy nu gaen beginnen,
Roomsche Catholijcken al?
Wy sijn half uyt ons sinnen,
En worden noch wel mal,
Want 't is nu over al de leus
Den Bosch sal haest werden Geus,
Die maeckt ons een lange Neus.
Wie sou doch van sijn dagen
De ghedachten hebben ghehadt,
Dat de Prins sou hebben geslagen
Sijn Leger voor de Stad,
'T is nochtans eylaes geschiet!
Wy achten 't eerst min als niet
Maer 't is nu een groot verdriet.
Wy meende 't sou niet lange dueren
Daer hy daer sou leggen veur,
Het water sou hem doen trueren
En met schande weer jagen deur,
Maer sy maeckten met pracktijck
Daer eenen Holantschen Dijck,
Die het water deed nemen wijck.
Wy riepen dat de gronden
Waren weeck en vol Moras,
Maer sy hebben onder vonden
Datter een goe Sant-gront was,
Oock hebben sy 't geluck gehadt
Datter viel seer weynigh nat,
Jnt voor-jaer rontom de Stadt.


























































